Om maar even meteen duidelijk te maken: Zelf waren we echt geen ‘festivaltypes’ toen we met KarTent begonnen. Die zijn er natuurlijk wel genoeg; doorgewinterde festivalgangers, die in de festivalwereld blijven hangen en er uiteindelijk hun droombaan vinden. Mensen met een liefde voor de evenementensector, die zich vol passie inzetten om anderen een fantastische tijd te gunnen.

Dat was nou niet precies onze achtergrond. Integendeel; wij studeerden aan de TU Delft, die nou niet bepaald bekend staat om haar frivole, uitbundige en sociale types. Hoewel we misschien geen ontzettend technische studies deden, hadden ook wij onze nerderige trekjes (die ons later trouwens vaak goed van pas zijn gekomen.)

KarTent ontstond enigszins toevallig tijdens een interesseborrel van de ‘CleanTech Challenge’, een vak met hieraan verbonden een pitchcompetitie. Jan was bezig met zijn afstudeerproject, waarin hij volop onderzoek deed naar karton. ‘Wist je dat je zoveel verschillende soorten karton hebt?! Vocht hoeft helemaal geen probleem te zijn!’ Het gros van zijn onderzoek betrof een aantal kartonnen buizen, die eenmaal onder het strandhuis geplaatst ervoor moesten zorgen dat het zand vanaf het strand door de wind op de duinen geblazen kon worden.

Het strandhuis werd een festivaltent. Al bij de eerste kennismaking concludeerden we dat ‘strandhuizen’ geen schaalbaar business concept was, en dus werd er gezocht naar andere opties voor tijdelijke accommodatie. Na eerst marktkramen en vluchtelingenverblijven te hebben overwogen kwam na een korte brainstorm het festival scenario naar boven drijven. Vervolgens is de welbekende Business Model Canvas ingevuld voor een aantal van deze ideeën, waarbij de festivals er duidelijk bovenuit staken.

Karton was ineens overal. In Jans studentenkamer aan de Koornmarkt in Delft stonden stapels voorbeeldkarton die hij mee had gekregen tijdens het onderzoek voor zijn afstudeerproject. Er bleken heel veel verschillende soorten karton te zijn; Golfkarton, tot wel 4 lagen dik; Honingraatkarton in alle vormen en maten en ‘solidkarton’, een harde kartonsoort waar de buizen van gemaakt waren.

Toen we eenmaal genoeg vertrouwen hadden in ons geteste model bleek de stap om karton te bestellen toch vrij groot te zijn. Er moest een BV komen, en wel snel. Daarnaast was de minimale bestelhoeveelheid 250 stuks; een hoop karton voor 2 studenten. Met hulp van vrienden, familie en prijzengeld lukte het om het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen.

Maar waar laat je zoveel karton? Het was nauwelijks mogelijk een voorstelling te maken van 250 tenten. ‘Misschien kunnen de tenten bij jouw ouders in de zijkamer?’ was een van de opties die geopperd werden. ‘We kunnen ze ook gewoon onder een zeiltje zetten op de campus!’, een andere briljante ingeving. Gelukkig werd er via-via een boer gevonden met een plekje in zijn schuur.

Door al deze kartonwetenschap was het wel duidelijk dat het niet zomaar ophield bij het gewone ‘karton’, zoals we dat kennen van de bananendoosjes. En doordat voor het afstudeerproject de neus al voorzichtig in de kartonindustrie was gestoken, was er al snel contact met een aantal lokale kartonproducenten die ons graag wilden helpen. Met hun hulp konden we verschillende typen karton testen en buiten zetten. Testkarton werden testmodellen, en testmodellen werden echte KarTenten. Het lijkt me overbodig om hier benadrukken hoeveel we hieraan hebben gehad; zonder deze hulp in de beginfase hadden we nooit zo ver kunnen komen.

Toen we eenmaal genoeg vertrouwen hadden in ons geteste model bleek de stap om karton te bestellen toch vrij groot te zijn. Er moest een BV komen, en wel snel. Daarnaast was de minimale bestelhoeveelheid 250 stuks; een hoop karton voor 2 studenten. Met hulp van vrienden, familie en prijzengeld lukte het om het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen. Maar waar laat je zoveel karton? Het was nauwelijks mogelijk een voorstelling te maken van 250 tenten. ‘Misschien kunnen de tenten bij jouw ouders in de zijkamer?’ was een van de opties die geopperd werden. ‘We kunnen ze ook gewoon onder een zeiltje zetten op de campus!’, een andere briljante ingeving. Gelukkig werd er via-via een boer gevonden met een plekje in zijn schuur.

Eenmaal aangekomen bleken de tenten iets groter te zijn dan gedacht. Een imposante Eurotruck van minstens 30 meter lang draaide op de grijze dinsdagmiddag het erf van de boerderij op. Waren dit onze tenten? Het zijpaneel van de vrachtwagen ging open en onze blik viel op een enorme stapel kartonnen platen, minstens 3 meter hoog en indrukwekkend in al zijn bruinheid.

Daarmee was het meteen duidelijk dat met de hand uitladen geen optie was. Gelukkig beschikte de boer over zware werktuigen en een heftruck om de pallets mee uit te laden. Daar stonden we dan, als naïeve stadsjongetjes die vol ontzag en verbazing naar de grote machines kijken.

Met deze vuurdoop begon het dan toch echt. De tenten brachten de mogelijkheid om promotiemateriaal en foto’s te maken en het product echt te gaan verkopen. Een bus werd aangeschaft, een permanente loods gevonden, en zo kon KarTent aan zijn avontuur beginnen.

WordPress Image Lightbox